Zoals met veel kippenrassen is
gebeurd dankt de Barnevelder haar naam aan de plaats waar ze is ontstaan. Rond
1850 ontstond er een steeds groter vraag naar bruine eieren. Een aantal fokkers
rond Barneveld ( een streek waar toen al grote pluimvee populatie was) hebben
toen een kruisingsprogramma op gezet om te komen tot groot ras dat bruine eieren
legde en dat nog in voldoende aantallen.
In eerste instantie
gebruikte men een aantal Aziatische rassen zoals de Cochin, Maleier,
Brahma's, Langshans en Buff Orpingtons. Om aan mooie donkerbruine eieren
te komen zijn er kruisingen met het Franse ras Marans is gebruikt. Overigens
hadden ze toen nog niet die kleur en aftekening zoals we die nu kennen.
Het was meer een mengelmoes van patrijsachtig gekleurde dieren. De grote
doorbraak kwam toen ze in 1921 op het eerste Wereld Pluimvee Congres van
de WPSA in Den Haag werden getoond. Sindsdien worden ze niet alleen op
produktie, maar ook op uiterlijk gefokt.
Het is een middelgroot hoen, wat
enigszins aan de Wyandotte en de New Hampshire doet denken. De beenstelling is
echter hoger en de middellange hals wordt rechtop gedragen. Daardoor lijken ze
aan de voorzijde hoger dan aan de achterzijde.
De houding is enigszins opgericht van voren met een holle rug, die naar achteren
toe oploopt, waardoor de ruglijn U-vormig is. De rug is middellang en vooral
breed tussen de schouders. De brede zadelveren en het zadelbehang zijn goed
ontwikkeld.
De helderrode, enkelekam staat rechtop, is middelgroot, regelmatig getand en
voorzien van 5 kampunten. De langwerpige, overlangs gevouwen oorlellen en de
middellange, goed afgeronde kinlellen zijn levendig rood. De kop is middelgroot,
vrij breed en diep met zoveel mogelijk haarachtige veertjes en een rode
gezichtshuid. De krachtige snavel is geel met een hoornachtige kleur op de
bovenzijde.
De romp is diep, breed en vol. De staart wordt middelhoog, maar achterwaarts
gericht gedragen waarbij de sikkels bij de hanen goed gebogen, breed en
middellang zijn, zodat de staartstuurveren bedekt worden. Bij de hennen is de
staart meestal matig ontwikkeld.
De gele, middellange benen zijn goed uit elkaar geplaatst, terwijl de gele tenen
eindigen met hoornkleurige nagels
Zelf zijn we in 2005 pas begonnen met Barnevelders. We
stonden op een tentoonstelling in Fijnaart, mijn dochter en ik en ze zag
die Barnevelders hellemaal zitten.
Na wat navragen hebben we een fokker gevonden die haar aan een
foktoompje wou helpen. Een paar weken later hoorden we van een buurman
dat hij ook Barnevelders had zitten en dat hij van een aantal dieren af
wou. Daar hebben we wat overjarige hennen gehaald en een jonge Haan. Met
ze koppels gaan we het seizoen 2006 in .